Muggenbulten

#perongelukverhaaltjes

Advertenties

‘Heb je ook jeuk?’
Vroeg de dokter.

“Sophie”

Ben zo terug – Bart

De erfenis II

Na een paar dagen kwamen aan de verdorde stokjes twee blaadjes. Er gebeurde verder niets. Het verbaasde mij dat het nog leefde. Na een paar weken zag ik een groen puntje. Het knopje opende een maand later. Een spierwit bloemetje. Ik denk dat het een week heeft geduurd voordat ik het in de gaten had. Het was geel, nog licht maar duidelijk een andere kleur. Na een half jaar had het alle kleuren van de regenboog gehad en sloot de knop zich. Een derde blad vormde en de plant liet het knopje vallen, zoals bomen hun bladeren in de herfst.

Ben zo terug – Bart

De erfenis I

Het was een paar weken na het overlijden van een oudtante. Ik had haar nooit gekend, gezien of gesproken. Het was eigenlijk geen familie. Het was een vriendin van mijn overgrootmoeder. Zij waren samen opgegroeid en hadden hun hele leven contact gehouden. Uit haar testament bleek dat wij allemaal iets kregen. Iets wat, “niet van waarde”, was. Bijzonder, als iemand je iets geeft zonder dat jij diegene gekend hebt. Ik kreeg een plantje. Het was dood, dacht ik. “Geef het water en het zal je doen verbazen.” Stond in het kleine begeleidend schrijven. De krullende letters verraadde een oude hand.

Ben zo terug – Bart

Eten

Het is dinsdag, dat betekend pasta met kip en een bord spinazie. Misschien is het dieet wel iets teveel van het goede. Zou het niet beter zijn als ik… hij heeft het al zo vaak bedacht. Alleen de pasta, andere mensen kunnen ook met één bord eten toe. Eigenlijk bestaat zijn dieet alleen maar uit pasta’s en rijst met een beetje kip en groente. Tegenwoordig mag hij er van zichzelf een biertje bij. Als hij zijn bord heeft vol geschept loopt hij naar de eettafel waar acht lege stoelen op hem wachten. Al etend belooft hij zichzelf… morgen iets anders.

Ben zo terug – Bart

Kleine fantasie III

De beek was rustig en meanderde ver binnen zijn eigen oevers tussen droog gevallen zandbanken. De bomen aan de overkant van het water dunde uit en liepen uiteindelijk over in grasland. Voor nu waren we beschermt tussen de bomen en het riet dat langs de oever groeide.  Vanuit de verte klonk een stem echoënd tussen de bomen. Opeens was hij daar weer, de reus. Mijn hartslag versnelde. ‘Jongens jullie moeten eten. Julian’s moeder heeft al een paar keer geroepen’, zei hij. Tussen de bomen en de struiken door zochten we onze weg terug naar Julian’s achtertuin, huis en moeder’s avondeten.

Ben zo terug – Bart

Kleine fantasie II

Een kleine vogel kwam wild fladderend tussen de takken vandaan. ‘Hier’, Julian had iets te eten uit zijn rugzak gepakt. Het mos op de grond was zacht en voelde aan als een kussen. ‘Wij kunnen hier niet te lang blijven’, hij nam een hap en keek om zich heen. ‘Verderop is water, daar kan niemand ons zien’. Zijn hoofd draaide abrupt en hij zakte door zijn knieën, ‘hoorde je dat?’ siste hij. Ik keek of ik iemand zag. Takken breken niet vanzelf. Zo stil mogelijk bewogen wij ons richting het water. Verder tussen de bomen durfden wij gewoon te lopen.

Ben zo terug – Bart

Kleine fantasie I

‘Achter de struiken!’ Julian duwde mij door een kleine opening tussen de takken. Ademloos verscholen wij ons, uit het zicht. Zware voetstappen kwamen recht op ons af. Mompelend bleef hij op het bospad staan. Het was zomer, de dagen warm en de schaduw onder de bladeren koel. Wij slopen verder tussen de takken terwijl de grote man zich om draaide en verder liep. Hij was lang, zeker over de twee meter, een reus in onze ogen. Zijn zware stem donderde tussen de bomen. Zijn blik eindeloos op de grond gericht. Achter een grote eik gingen wij op de grond zitten.

Ben zo terug – Bart